Foto

Ik schrijf namen op de foto’s om je onrust te verjagen. Definieer je aan de hand van de gezichten op de muur. Alsof je zonder het niets was, niets eigens had. Ik zoek je in de stilte van de kamer. Met je ogen dicht geniet je van de zon op je gezicht. Mijn leven raast voorbij achter de huizenhoge ramen. Jij ruikt slechts de rozen. Het is heerlijk in de tuin.