Schrijver

De schemering draagt zijn blik door de vitrage heen naar buiten. Flarden van fietsers trekken voorbij. De koude koffie slaat tegen de glazen van zijn bril als hij zich verslikt. Het ritueel. Alsof hij het had kunnen weten. Of had kunnen veranderen. Hij vermoedt van niet.

De stilte schrijft zijn woorden aan elkaar. Een mist van tranen trekt behoedzaam langs de scherpste randen van zijn zinnen. Alsof hij haar beschermen wil. De waarheid. Of koesteren misschien. Hij weet het niet. Op iedere komma haalt hij adem. Hoort de stemmen in zijn hoofd. In een taal die niet valt te weerleggen. Woorden zonder weerwoord. Hij besluit ze te weerstaan. De duisternis valt.

De zon breekt door het schild van uiterlijk vertoon. De verhaallijn in zwart-wit trekt een spoor van irritatie door de kamer. De schrijver ontwaakt op een leeg vel papier. Zelfs geen eerste zin. Hij geniet van de stilte in zijn hoofd. Bedenkt zijn personages als hij fluitend door de straten van zijn stadje loopt. Struikelt met iedere stap over de wereld aan zijn voeten. En vertrekt voor de schemering valt.