Zonder verleden

Een man zonder verleden zit naast me aan een tafel. Er is stof genoeg over om te praten toch blijft het stil. Zijn gezicht, verborgen achter de tijd die verstreek, volgt haar stappen met een onbedoeld verlangen. Zijn verstand duidt haar vanuit een ander perspectief, voor mij niet te volgen. Zijn blik ziet haar dwars door de barsten heen die het leven achterliet. Het verlangen om te lijmen, te polijsten is er niet. Toch beweegt hij liever zonder en trekt zijn blik zich schijnbaar onbewogen terug. Een man zonder gezicht zit naast me aan een tafel. Er is stof genoeg over om te praten, toch blijft het stil.