Verlangen

Er hangt een stilte in de kamer die maar niet wil wijken.Je lichaam ademt zacht tegen de spijlen van het bed. Het gebroken wit van de gordijnen vouwt zich om de plooien van de wind waarmee je plotseling vertrekt.

Radeloosheid slaat de ramen dicht. Roerloos rust mijn blik tegen het schemerdonker glas. Een uitzicht dat vergeet te reiken. De wereld steeds kleiner. Geborgen als je was.

Het is daar dat ik één word met mijn schaduw en slechts de echo van
mijn stappen verraadt dat ik meer ben.

De contouren vervagen

Het is daar waar zicht me laat dwalen en tast me weer vindt, in een eindelijkof eindeloos alleen.

Het duurt uren voor ik je gezicht herken. Ik lees de woorden van je lippen met de zachtste toppen van mijn hand. Op het ritme van je hart herhaal ik de verhalen. Over wat we samen waren. Het rijgen van de dagen.

Je vraagt me of het liefde was.

Ik adem woorden die zich hechten aan het glas. Een antwoord dat maar niet wil wijken.

Het is daar waar klanken zinnen worden, waar het diepst van mijn gedachten de stilte oplost tot een geborgen gefluister.

Het is daar dat daglicht me redt, maar veel te vroeg nog laat ontwaken.

De tijd tikt langzame seconden naar een verlossend schemerdonker. Je lichaam ademt zacht tegen de spijlen van het bed.