Kleine woorden

Vandaag schrijf ik een column. Ik staar al uren naar een leeg vel papier. In het absolute besef dat ik eigenlijk helemaal geen column wil schrijven. Een column betekent immers iets van jezelf laten zien. En dat wil ik niet. Niet op papier in ieder geval.

In persoonlijke interactie met de ander, geen probleem. Maar helemaal alleen, op een kaal vel papier? Vogelvrij voor de interpretatie van de lezer? Zonder stuur van mijn kant, anders dan alleen maar woorden? Zonder de kracht van intonatie, of non verbale communicatie? Geen denken aan.

Dus volgt het dilemma. Schrijf ik toch een column, dwars door mijn eigen bezwaren heen, of laat ik het los. Omdat iedereen het doet, doe ik het lekker niet. Een rebelse daad van tegendraads. Een prachtig statement. Mits je het natuurlijk wel in je hebt om een column te schrijven. In mijn geval niets meer of minder dus dan een slap excuus.

Begin gewoon. Ik roep het tegen iedere cursist die ik tegen kom. Geloof in jezelf, dan kun je het. Ik kan het ook wel. Maar ik wil het niet, zo’n column schrijven. Want als ik het wel zou willen dan moet het minimaal wereld veroverend, gezagsondermijnend, nek-verrekend-als-ik-langsloop, groots worden. En dat wordt het niet.

Ik heb namelijk geen mening die nog nooit ergens verkondigd is. Geen drive om dat wat dagelijks leven is uit te vergroten en aan de kaak te stellen. Geen hekel aan een president van welk land dan ook waar tegen ik in mijn eigen woorden van leer wil trekken.

Ik heb geen grote woorden. Alleen maar kleine. Klein genoeg om langs je oren te waaien als het eerste zachte lentebriesje met kerst. Waarvan de impact pas merkbaar is als de wind al lang weer is gaan liggen. Woorden die je raken zonder dat je de beweging voelt. Die zorgen dat je koers wijzigt zonder van richting te veranderen.

En dan ineens schrijf ik. Kleine woorden op wit vel papier. In het besef dat ik niet meer nodig heb dan dat om mezelf te laten zien. Woorden die me passen als een tweede huid. Niet groter dan ik zelf zou willen zijn. En ik schrijf, een klein column. Een fluistering. Als de oorverdovende stilte in het oog van de orkaan. En het smaakt naar meer. Veel meer.